Leonoor Wagenaar:
De tocht naar het vliegveld was leuk, we hebben nog een Djogo gedronken in een indianendorp net voorbij de afslag van de Afobakkaweg en natúúrlijk werd ik aangehouden op Zanderij, wat ook weer een belevenis is. Dat gaat als volgt (en is bijna standaard).
Wanneer je ingecheckt bent, loop je door naar de uitgang van die hal, richting laatste kus van familie en vrienden en dan naar de douane. Maar vóór je bij die schuifdeuren bent, word je er al door een douanier uitgepikt voor een routineonderzoek. (Dat is vrijwel iedere blanke die ik ken en alleen reist al overkomen). Dus: geloodst naar een apart kamertje vol mensen van wie je aan hun neus ziet dat ze géén bolletjes in maag, anus of baarmoeder (of in die bewuste neus) hebben zitten (want juist die gaan naar verluidt, na uitvoerige tips van de grote dealers, ongemoeid door en mogen dat in Schiphol dan nóg eens proberen). t Is even wachten, maar uiteindelijk wordt je dan in het aangrenzende kamertje geroepen waar je je eigen koffertje moet pakken en openen.
Ik had een gezellige douane dame die niet geïnteresseerd was in mijn bagage, maar des temeer in de meegenomen flyers van Parbode. En toen ze over Mi Gudu hoorde, bleek ik al snel minimaal één klant rijker te zijn (die bij- en neveninkomsten van de douane schijnen zo gek nog niet te zijn).
En in Amsterdam was mijn agenda zó vol, en zó plezierig& mijn oude vader, die me op zijn verjaardag even niet herkende, (maar daags ervoor en daags erna gelukkig wél) mijn broer en zusje (zij woont in Schotland, dus haar had ik al drie jaar niet gezien), alle vrienden&
Vergis je niet: van Liesbeth, onze strenge directeur Organisatie, PR en Wat We Verder Konden Bedenken, had ik dus wél een waslijst aan boodschappen meegekregen voor het verre Nederland. Zodat ik, terug van mijn vader en op weg naar mijn broer in de HEMA van de Ferdinand Bol 12 moltons ging kopen voor de gastenbedden op Mi Gudu, met het zweet op mijn voorhoofd: wel of niet plastic onderlaag? En is dit de goede afmeting? Is dat plastic niet te glad? Glijd je er in de Tropen niet ogenblikkelijk al zwetend vanaf? Een kwartier later stond ik dus met die twee reusachtige HEMA tassen als een asielzoeker voor de deur van mijn broer.
Servetringen. En ringen voor de halzen van wijnflessen, want gasten op Mi Gudu bestellen per paar een fles bij het diner, maar hoe weet je van wie welke fles is? Samen met mijn gastvrouw Aggie vonden we op elk probleem, al knutselend een antwoord.Behalve op de kamernummers voor de hutten. Op dag één in Amsterdam vond ik op de Haarlemmerstraat een sleutelwinkel waar ze messing cijfers verkochten. Maar mooi was anders en volledig van één tot zes hadden ze niet in voorraad. Ze konden bestellen, maar ik vertrouwde op ons goede gesternte.Ten onrechte.Zelfs op die maritieme smulwinkel aan de Munt hadden ze geen messingcijfers, iedereen verwees me naar de firma Wijntjes aan het Singel. Daar zijn Aggie en ik ook wel geweest, maar Mi Gado, die prijzen&.Sufgeslenterd kwam ik bij café Tabac aan de Brouwersgracht waar Pieter, de echtgenoot van mijn (en zijn) overleden hartsvriendin Mary Ann Lindo me, samen met hun twee zoons en Marys Parool vriend Hans Hoekstra opwachtte. Ik leuterde ondermeer over die hutnummers en Pieter veerde op! Dát was nou eens een leuk kado voor onze Mi Gudu!
De volgende dag, ik zou bij hem en de jongens komen eten, gaf hij me het pakketje met de onwaarschijnlijk sierlijk gestileerde nummertjes, nét niet te klein, nét niet opzichtig groot, gewoon, zoals ze voor het schip geschapen waren. En hij vertelde: Ik kwam bij die zaak en vroeg om middelgrote nummers van één tot zes.. Merkwaardig, zei die verkoopster, Gisteren waren er twee dames die precies daarom vroegen! Ik informeerde toen of ze Het Parool las, en misschien die column over Mi Gudu wel eens gelezen had. Die vrouw begon te stralen: ze volgden het relaas elke twee weken, haar man was nota bene Surinamer en had het schip op vakanties ook gezocht! Om kort te gaan: Die mevrouw vond het doodjammer dat ik me niet kenbaar had gemaakt en Pieter kreeg korting op zijn kamernummertjes, omdat zij, haar man én de firma Wijntjes graag alsnog een bijdrage wilden leveren aan dit geweldige project!Brasa!Met dank aan Pieter, maar ook aan de firma Wijntjes: de bezoekers loven de benedendekse gang naar de hutten (het lijkt de Titanic wel, zo sprookjesachtig!) en ze staan állemaal even (of langer) stil bij de hutnummers!
Brasa,
Leonoor Wagenaar