Ken je die mop van die betonmolentjes die om negen uur op Groningen zouden zijn? Precies! Die kwamen dus niet. Wel kwam de betonpomp; een vrachtwagen met daarop een reusachtige, gelede insectenpoot: vijf gekoppelde, scharnierende armen met aan het uiteinde een domme slurf. Wel kwamen ook de mannen van de bouwploeg die nu al uren doorbetaald uit hun neus zitten te vreten. Kortom: we zijn begonnen met de bouw van onze gastenverblijven. Al eerder had ik geschreven hoe we onze (verzuurde en verwaarloosde) citrus boomgaard hebben gekapt, zodat er nu een halve hectare woestenij ligt (opgehoogd met 260 vrachtwagens waarin steeds tien kuub zand). (Waar ik natuurlijk meteen nieuwe, liefst snelgroeiende boompjes heb geplant, waarschijnlijk voorbarig, want bouwnijverheid eist nu eenmaal zijn tol.) Een paar weken geleden is de oppervlakte van de twee twee-onder-een-kap huisjes uitgemeten (zo gesitueerd dat ze, vanaf het balkon, op afstand over de Saramaccarivier uitkijken), afgepaald, en uitgegraven voor de betonnen plaat fundering. Ook de gaten voor de sceptic tanks zijn gegraven, maar door de regentijd die wel héél krachtig inzette, werd dat algauw hozen, hozen en nog eens hozen. Maar goed, die tanks zitten inmiddels in de grond. En de staketsels voor de betonnen neuten steken ook al fier omhoog. Neuten, ja, want het worden heel klassieke Surinaamse huisjes, kistwoningen noemt men ze hier wel. Op palen, net zo hoog dat je je kop er lelijk aan kunt stoten, maar ook zo hoog dat de wind er vrij doorheen kan waaien en je nooit met je divan in het water komt te staan. Het idee komt van ons, maar het ontwerp komt van onze vriendin Gabi Giessler, een jonge architecte die bij voorbeeld ook de bebouwing op Colakreek heeft ontworpen. Ze voelde loepzuiver aan wat ons voor ogen stond. En maakte tekeningen, zó charmant… een veranda over de hele breedte, tegen de verbindingsmuur aan weerszijde de keukens en de badkamers, (plus een dubbele wand) zodat je geen geluidsoverlast van je buren hebt, dan, achterin de (halve slag) trappen naar de eerste verdieping waar de kleerkasten en de twee éénpersoons bedden. En dan, in de dakkapel nog elk een tweepersoonsbed. Huisjes, voorzien van alle luxe, maar zonder apekool, dus geen airco, maar wel lekker warm water in de douche. Een collega van NRC Handelsblad, die vorige week bij ons op bezoek was, vroeg belangstellend wat toeristen dan zoal op Groningen zouden kunnen dóén. Ja. Daar had ik nou zo gauw geen antwoord op. Natuurlijk een beetje in het zwembad lummelen (volgende bouwproject) of in een hangmat onder het (nog te bouwen) pina dakje van de steiger schommelen en over de rivier uitkijken? Zeker, je kunt eindeloos door landelijk Saramacca fietsen. En in Groningen mag je Monumental Square niet missen (acht monumenten op een piepklein pleintje!) Boottochtjes maken in onze (nog te timmeren) korjaal is wellicht een optie. En anders neem je maar de bus naar de stad. (Over de nieuwe brug maar een half uurtje). Wat kan het ons ook bommen. Feit is dat we ons huis zó verbouwd hebben dat er eigenlijk geen gasten in kunnen logeren. (Ja, Don, de broer van René, die komt 20 januari, maar die kun je overál kwijt!) Dus zijn die verblijven in eerste instantie ook écht gastenverblijven, voor vrienden uit Nederland en voor vrienden die te dronken zijn om naar Paramaribo te rijden en hier zo in hun mandje kunnen rollen (na eerst hun kop te hebben gestoten onder die verdomde neuten en daarna de hobbel van die halveslag-trap hebben genomen). Het is misschien niet het juiste moment om te investeren in toerisme. Maar ach, die kredietcrisis kan ook niet eeuwig duren. En niet iedereen heeft er onder te lijden. Bovendien wil ik een zwembad! En een mooie tuin aanleggen rondom die huisjes. Maar ja. Dan heb je wél betonmolentjes nodig. Brasa Leonoor Wagenaar Bij het ter Webbe gaan van déze column, kwamen ze dan tóch aangereden, de betonmolens, vier in getal, draaiend en wel. Het was al drie uur, maar tegen zessen lag die betonblubber dan in de bekisting. En hadden de mannen een probleem: de reden waarom ze zo laat op Groningen waren: hun betonmachine in de stad was vanmorgen een beetje misselijk geworden. En toen hij eindelijk hersteld was, zat er dus al vier kuub meer beton in die molens dan wij hadden besteld en betaald. Die funderingen konden we niet nog verder ophogen, maar dat beton zou harden in de wagens. Wat te doen? Tegen de schemering hebben ze de oprit van ons huisje vóór (aan de straatkant) maar verhard. En daarna zijn ze bij onze bouwopzichter als een Sinterklaasje de rest maar gaan storten in zijn net aangelegde bijkeuken. Kan dit jaar nog stuk? Awel, veel geluk in het nieuwe!