Ik weet niet hoe het bij anderen gaat, maar als je net met de hele santenkraam verhuisd bent, kan het bij ons nog wel even duren voor alles is uitgepakt en ingericht. Zo heeft de boekenkast in onderdelen nog máánden op het balkon gelegen (en de dozen met boeken derhalve in stapels in de huiskamer) en nu, na een half jaar begint de keuken pas min of meer vorm te krijgen (erg móóie vorm, dat dan weer wel). Door die overdaad aan dozen moest ook René’s archief zo lang op het balkon worden geparkeerd. (Stond op de doos: ‘Archief René!’ Achteraf bleken het bankafschriften van voor de eeuwwisseling, maar dat wist ík niet – en hij even niet meer.) Maar goed, al na een paar dagen zag ik een piepklein vogeltje door het gat van het handvat de doos in en uit vliegen. Uiteindelijk waren het twéé piepkleine vogeltjes, maar doordat er geen verschil was tussen het mannetje en het wijfje hadden we dat niet direct door. Weer wat later hebben we heel voorzichtig het deksel open geklapt en ja hoor: ze waren gewoon bezig een nestje te bouwen. In René’s Archief Doos! En dan: wat voor een nest, een híppie nest! Moet ik even uitleggen. Japi, de papegaai, heeft tegenwoordig een buiten- en een binnenverblijf; tijdens de verbouwing hebben we een gat in de muur naar het balkon uitgespaard. Aan de binnenkant spijkerden we zijn oude kooi en aan de buitenkant timmerden we zijn Gouden Kooi, zodat hij naar believen in z’n Zomer- en z’n Winterpaleis kan bivakkeren. Japi’s laten veel veertjes vallen. En die veertjes vormden de kleurrijke bekleding van het hippienest. Weer wat later lagen er drie eitjes in René’s Archief. Wat ons weerloos van trots en vertedering maakte en deed besluiten om die linker schuifpui zolang dicht te laten: je wilt de ouders niet in paniek brengen, toch? Navraag leerde dat die kleine kwikstaartjes Gado Tjo worden genoemd, Gado (God) omdat ze zo goddelijk kunnen kwinkeleren, Tjo omdat ze maar zo nietig zijn. Nietig of niet, ze hebben zich uit de naad gevlogen om hun grut groot te brengen. En ik heb in elk geval één jong zien uitvliegen (Béng: “Nee, zoon, dat is glas, daar kun je níét doorheen”. verdwaasd moest hij op de balkonvloer bijkomen.) We hebben ze uitgewuifd als ontroerde grootouders. Maar die veel te vruchtbare (hoewel oude) doos is als de gesmeerde bliksem van het balkon gehaald, nadat de kinderen uit huis waren. (Waarna al die gewichtige, oeroude bankafschriften, die al 5 jaar onuitgepakt op ons vorige adres in Paramaribo stonden, werden gesorteerd en verbrand). Toch, het was wel een hele leuke manier van gelegenheid geven. En omdat René dus nog alle mogelijke trapleuningen, keukenkastjes en badkamerdeuren moet fabriceren en ik wat minder ben met de hamer en de spijker, besloot ik een schoenendoos bij wijze van nestkastje te maken. Gat d’r in, spijkertje in de muur, dat hippie nestje er in en tenslotte tape om het deksel bij de doos te houden. Nou, het gevolg was niet te overzien! Een heftige strijd tussen alle mogelijke types van gevleugelte. Of die Gado Tjo zat weer vol (vol zeggen ze hier als een dier, en héél soms een mens zwanger is), of ze had slaap, maar ze eiste haar nestje op. Er waren nog andere, grotere, broedse vogels, maar uiteindelijk werd een zwaluwpaar door zichzelf aangewezen als wilde occupant (kraker). En daarmee hadden we onszelf weer in de problemen gebracht. Want inmiddels hebben we twee kleine katertjes die ademloos staren naar die schoenendoos vol hongerig getjilp (af en toe stak er zo’n smal breedbek snaveltje uit, wat zich schielijk terug trok als ik even in het doosje keek). En dus moesten grote delen van de dag alle twéé de glazen schuifpuien dicht. In de tropen. Aan die mooie, winderige rivier. Ja? Vandaag is de laatste uitgevlogen (dat doen ze kennelijk niet allemaal tegelijk). En nu verzamelen ze op het voormastje van Mi Gudu. Ik krijg de indruk dat ze nog steeds een beetje worden bijgevoerd. En ze scheren vlák langs hun kraamkamer: “Hé pa, kijk es wat ik durf!” Ik hoop dat ze allemaal een beetje in de buurt blijven. Zwaluwtjes vliegen soms kilometers met ons mee, wanneer we varen. Misschien dat er eentje tussen zit met een jeugdtrauma: dat was dat hoofd voor Onze Doos! Brasa Leonoor Wagenaar Ps Bij het ter nette gaan van deze column heeft René in een ernstige vlaag van timmermansdrift twee nestkastjes getimmerd. Die hangen nu aan weerszijden van het balkon. En direct brandde een hevige strijd los: de jonge zwaluwen eisten hun nieuwbouw op, maar pasten niet goed door het gaatje, dus joegen ze vanaf het dakje de Gado tjo’s weg die al bedrijvig met veel te grote takken kwamen aanzetten. Die kleintjes bewonen nu de kastjes, maar tegen de avond komen die zwaluwjongen tóch nog even treiteren: op het dak zitten, schreeuwen, met hun kop door het gaatje. Dus dan jaag ik ze boos weg.