MI GUDU  RIVIER CRUISES SURINAME
Paramaribo-Nieuw Nickerie
West Suriname
private charters
Vogeltrips
Het zwembad: netjes tussen Servet en Tafellaken

Het einde van mijn vorige column – in weelderige Marylin Monroe badpakken wulps aan de rand van ons nieuwe zwembad krolsen – was natuurlijk een beetje tong in cheeck en zowieso voorbarig… Maar ook weer niet zó voorbarig. Want sindsdien gaat het hier met gierende vaart.

Vrijdag de twintigste ontmoetten we bij de technische man (dus die van de pompen en de badlichtjes) voor het eerst de aannemer. Wij haalden dierbare vrienden vanuit Eco resort af, tuften naar huis, en daar was de aannemer al. Nou viel de offerte voor een klein badje van tien bij vier zó mee dat René en ik wat megalomaan werden en een volgende schatting  vroegen voor 15 bij 7. Dat was domweg dubbel zo duur (voor een betonnen bad, dan, hè). Even slikken, maar eerlijk gezegd, dat zwembad stond vanaf het begin in onze calculatie, want met zo’n klein resort is het toch een must, en voor de Noor is het een conditio sine qua non, want die hitte wordt me soms wat veel (Er heerst hier, ik zweer het je, dus al weken een hittegolf. In de tropen. Maak je hoofd maar nat). De volgende dag kwam op ons terrein een lokale pockliner  en zetten we, met de aannemer de paaltjes uit. Toen bleek de afmeting die wij noemden dus echt bespottelijk oleuympies. Het paste niet bij de huisjes, het paste niet in onze ogen, het zou een oversizede lerp worden. Derhalve zijn we uitgekomen op twaalf bij zes. Kortom, we zijn heel braaf tussen servet en tafellaken blijven hangen. De volgende dag gaat die pock line graven… puntje gaaf, potlood scherp, binnen twee uurtjes gepiept: bergen klei gescheiden van bergen zand en een joekel van een kuil. En nou kunnen we ook niet meer dubben over afmetingen.


Die arbeiders werkten zich de pleuris, soms tot zeven uur (dus na zonsondergang): beton vlechten, alvast betonijzer voor de wanden plaatsen. Wat hun betreft had het bad al gisteren af moeten zijn. Maar dan komt er oponthoud. Het laatste vandaag (zaterdag):  Kuldipsing zou de vloer komen storten, de techneut had zijn Ding al gedaan, de arbeiders en de aannemer plus diens rechterhand stonden in de startblokken.

Maar ja, nou ja: die supersonische hijsslurf van Kuldipsing was dus de dag ervoor door de chauffeur bij het bedrijf geparkeerd, maar: ’t is wieieieiekend!’ Dus schoonmaken was er niet bij. In die pracht slurf van dat super hydrolysche apparaat was het resterende beton hard geworden: thanks for nothing! De hele dag hebben onze mannen in de trens staan vissen, een flesje whisky voor de hele groep onder handbereik. (Toch nog zes kwiekwie’s uit m’n trens getrokken.)



En om half vijf die zaterdagmiddag kwam dan die leeggebikte Slurf. Nog een half uur wachten, want die meesterbreinen van de drie betonmolens waren ons terrein glad voorbij gedenderd en zaten alweer bij Kampung Baru. Terwijl Slurf in volle glorie toch zo’n twintig meter boven de grond hing. Wat je ongeveer via de satelliet moest kunnen zien. En in elk geval vanaf de weg.




Maar dan is alles daar en begint het feest. Want in drie kwartier doen de arbeiders waar ze de hele vrije zaterdag op hebben gewacht: storten: vanuit die slurf. Met dikke waterlaarzen begeleidt de één de golf van blubber terwijl de ander iets duisters doet met een elektrisch aangedreven slangetje en een Hindoestaan met een piep-paardenstaartje in die drab harkt. Spectaculair, ik zweer het je. (René noemt dat ‘Betonkoorts’) De raven en Tokkie waren geheel van slag door de herrie en die beestachtige kraan aangevuld door die drie betonmolens, de honden wisten niet waar ze het zoeken moesten, maar wij, wij zagen echt iets ontstaan waar je als kind uit de jaren vijftig niet van had durven dromen: een eigen zwembad. Niet opblaasbaar, niet zo’n vulliszak die bovenop het land in een rekje hangt, nee, een echt verzonken Zwembad! Nou ja, niet oleuympiesch. En ook niet zo diep. Maar verder toch niet van Hollywood echt te onderscheiden! Over vier weken is het Bómmetje!

Brasa
Leonoor