Ik heb onze raven vrij gelaten. Zomaar! Pardoes! Romeo probeert altijd te ontsnappen als ik hen het ontbijt breng. Dan posteert hij zich naast het poortje van de volière en als ik hem niet gauw een pinda in z’n snavel prop, kan hij zó naar buiten kruipen of – als ik hem dat verhinder - uit ongeduldigheid in me bijten. En dan bedoel ik hárd bijten. En nou mócht ie opeens! Hij wist niet wat hem overkwam en klauterde meteen de hoek om tegen het gaas aan. Aaibare, lieve Julia volgde hem schoorvoetend, ze probeerden het zinken dakje op te krabbelen (te glad) en daarna zijn ze Tokkie maar gaan pesten (altijd lollig, want die laat zich direct stangen). Op dit moment kunnen ze nog geen van beide vliegen, gekortwiekt, maar dat groeit natuurlijk aan. En ik hou het scherp in de gaten; als ik weg moet, blijven ze binnen, ook omdat ik de anderen nog niet helemaal vertrouw. Of kater Tigri het lef heeft om die machtige snavels te tarten betwijfel ik, maar Sam is in aanvang zó jaloers op aandacht die een ander krijgt… Goed. Toen ik terug naar het terras liep volgde Romeo me stoer een paar pasjes, maar vervolgens vond hij het toch te linke soep en scharrelde hij spoorslags naar het gaas. Agorafobie; die wijde wereld is nog even te groot voor ze. Zoals ze, terwijl ara’s toch heel intelligent schijnen te zijn, de opening naar hun onderkomen soms even niet kunnen vinden. Julia zat zelfs tussen de openstaande deur en het gaas hunkerend naar de verse walnoten te turen: geen idéé hoe ze er bij moest komen. En vanmiddag, toen Romeo tegen het deurtje van de toekan hing om hem wederom te treiteren, wílde hij wel eten, maar hoe er te geraken, je zag hem wiegelend dubben… Toen ik naast de kooi ging zitten, ja, dat vonden ze machtig. Vervuld van sloopdrift probeerden ze eerst de poten van de klapstoel te molesteren. En vervolgens klauterde Julia toch nog met heel behendig kunst en vliegwerk bij me op schoot. Maar omdat ze nóg hogerop wilde, zette ze voor het houvast haar snavel vól in mijn tepel… tjééézus! Ik gilde het uit, zij fladderde verschrikt weg… misschien toch niet zo’n goed idee, die klapstoel. Dus legde ik een uur later een grote handdoek op het gras. En zaten ze in een mummetje om me heen aan de stof te plukken en te trekken. Het grappige is dat Romeo buiten veel toegankelijker is. Hij neemt mijn vingers héél voorzichtig in zijn snavel en sabbelt er aan met peinzende blik en een zachte, leerachtige tong. Zo ver wilde hij, als hij een goed humeur had (papegaaien zijn zéér soortig, heb ik moeten constateren) binnen het gaas ook nog wel gaan, maar daar is het duidelijk zíjn territorium. Hij ging op m’n arm zitten, molesteerde bij tijd en wijle mijn horloge of mijn trouwring, als ik een truitje aanhad krabbelde hij op mijn schouder, maar wilde ik hem over z’n kop kroelen, dan begon hij woendend te krijsen en te happen: Romeo is Baas! Julia koppie krouwen was ook niet de bedoeling; dan moest zij het ontgelden. Maar op die handdoek is hij gewoon aanhalig, geniet ie van het gezelschap… Ze zijn van heel mooi decor weer onze (en vooral mijn) vogels geworden. Als kuikens heb ik ze grootgebracht met in melk gedept brood en zacht fruit en dat vertrouwen is er nog steeds. Toen was ik natuurlijk hele dagen met ze in de weer, maar eenmaal in de volière, tja, ze krijgen, net als onze andere vogels, twee keer per dag tien soorten fruit; manja, papaja, birambi, appel, maripa, banaan, markoesa, meloen, ananas en zo voorts en zo verder… (voor toekan Tokki zijn er altijd druiven in voorraad). Ze hebben speeltjes en alle soorten noten, maar daarna doe ik mijn ding en kijk ik nauwelijks naar ze om. En dat is nu dus opeens heel anders. Het is een gok. Er zijn slangen. De andere huisdieren kunnen het op hun heupen krijgen. En ze kunnen wegvliegen, als de vleugelpennen aangegroeid zijn. Nou vliegen hier wel parkieten over – en zelfs papegaaitjes, maar geen raven. Dat scheelt, denk ik, want dat overfladderend gekrijs vormt een lokroep die ze nauwelijks kunnen weerstaan. (Heb ik altijd gehoord). Dat zou hun dood zijn, want de kolonie zal ze niet accepteren en zelf eten zoeken, dat hebben ze ook nooit geleerd. Het liefst zou ik ze alletwee de volledige vrijheid geven om te blijven – of te vertrekken. Maar dat risico (voor het laatste kiezen) is me te groot. Dus ga ik in elk geval Julia blijven kortwieken. Papegaaien kun je niet seksen; alleen DNA onderzoek van bij voorbeeld een veertje kan uitsluitsel geven. De indiaan van wie ik Romeo en Julia kreeg wist zeker dat het een paartje was. En zoals ze de hele dag met elkaar aan het tongzoenen zijn (ik zweer het je, ze zijn echt af en toe met hun snavels in elkaar verstrengeld!) mag je aannemen dat ze een koppel zijn. En al zouden ze homoseksueel zijn, een partner heb je als raaf voor het leven. Dus Romeo gaat niet wegvliegen gaan als ie zijn Julia hier achter moet laten. Ik weet het wel, dit zijn papieren overwegingen en naïve toekomstfantasieën. Maar die vogels moeten gewoon in een boom kunnen klimmen. Een vorm van vrijheid kennen. En als hun volière hen inmiddels vertrouwd is als een eigen huis, dan mag je toch hopen dat ze ’s avonds liever weer veilig naar hun jeugdhonk terug komen? Nee. Met de toekan durf ik dat niet aan. Hij is te ongrijpbaar, onze band is te veel vervaagd. Bovendien is hij alleen. Misschien moet ik eerst een partner voor hem zoeken. Alles op z’n tijd. Brasa Leonoor